Hypotheekvormen
Sinds 1 januari 2013 geldt dat nieuwe hypotheken alleen in aanmerking komen voor hypotheekrenteaftrek wanneer deze gedurende de looptijd volledig en minimaal annuïtair worden afgelost. In de praktijk betekent dit dat uitsluitend een annuïtaire hypotheek en een lineaire hypotheek recht geven op hypotheekrenteaftrek.
Heeft u uw hypotheek vóór 1 januari 2013 afgesloten? Dan behoudt u in principe het recht op hypotheekrenteaftrek, ongeacht de hypotheekvorm. Dit blijft ook gelden wanneer u uw hypotheek oversluit of meeneemt naar een nieuwe woning. Sluit u bij verhuizing of oversluiting een aanvullend bedrag af, dan vallen die nieuwe leningdelen wél onder de regels die sinds 2013 van kracht zijn.
Hypotheken afgesloten vanaf 1 januari 2013 met recht op hypotheekrenteaftrek
annuïtaire hypotheek
Bij een annuïtaire hypotheek betaalt u gedurende de rentevastperiode een vast bruto maandbedrag, bestaande uit rente en aflossing. Wanneer de rente wijzigt, verandert ook uw maandbedrag.
In het begin bestaat dit bedrag vooral uit rente en lost u relatief weinig af. Naarmate de looptijd vordert, neemt het aflossingsdeel toe en daalt het rentedeel. Hierdoor wordt het fiscale voordeel kleiner en kunnen uw netto maandlasten geleidelijk stijgen.
Lineaire hypotheek
Bij een lineaire hypotheek lost u elke maand een vast bedrag af op de lening. Daarnaast betaalt u rente over de resterende schuld. Doordat de hypotheekschuld steeds lager wordt, dalen ook uw rentelasten.
Het belastingvoordeel neemt in de loop van de tijd af, maar uw bruto én netto maandlasten nemen juist geleidelijk af.
Duurzaamheidshypotheek
Een duurzaamheidshypotheek is bedoeld voor de aankoop of verduurzaming van een energiezuinige woning. Afhankelijk van de geldverstrekker kunt u profiteren van rentekorting of extra leencapaciteit.
De voorwaarden verschillen per aanbieder en zijn vaak afhankelijk van het energielabel van de woning en eventuele aanvullende duurzaamheidsmaatregelen.
Hypotheken die onder het overgangsrecht vallen
Voor onderstaande hypotheekvormen geldt dat het recht op hypotheekrenteaftrek alleen blijft bestaan wanneer de hypotheek vóór 1 januari 2013 is afgesloten. Dit recht blijft behouden bij oversluiten of verhuizen, zolang de fiscale regels correct worden gevolgd.
Spaarhypotheek
Bij een spaarhypotheek lost u gedurende de looptijd niet af. U bouwt via een gekoppelde spaarverzekering kapitaal op waarmee de hypotheek aan het einde wordt afgelost. Vaak is dit gecombineerd met een overlijdensrisicoverzekering.
Levenhypotheek
De levenhypotheek werkt vergelijkbaar met de spaarhypotheek, maar is gekoppeld aan een levensverzekering waarin vermogen wordt opgebouwd om de hypotheek aan het einde af te lossen. Ook hier is meestal een overlijdensrisicoverzekering inbegrepen.
Bankspaarhypotheek
Bij een bankspaarhypotheek betaalt u rente over de lening en stort u geld op een geblokkeerde spaar- of beleggingsrekening. Het opgebouwde vermogen wordt gebruikt om de hypotheek aan het einde af te lossen. Onder voorwaarden valt deze vorm binnen box 1.
Beleggingshypotheek
Bij een beleggingshypotheek lost u niet af tijdens de looptijd, maar bouwt u vermogen op via beleggingen. Het uiteindelijke rendement bepaalt het eindkapitaal, waardoor er onzekerheid bestaat over de uiteindelijke aflossing van de hypotheek.
Spaar- en beleggingshypotheek (hybride hypotheek)
Deze vorm combineert sparen en beleggen. Het opgebouwde vermogen wordt gebruikt om de hypotheek aan het einde af te lossen. Het eindresultaat is afhankelijk van het behaalde rendement en kan variëren.
Aflossingsvrije hypotheek
Bij een aflossingsvrije hypotheek betaalt u alleen rente en lost u gedurende de looptijd niet af. De hypotheek wordt aan het einde afgelost, bijvoorbeeld via verkoop van de woning of met eigen middelen.
Bij veel geldverstrekkers is tussentijds (deels) boetevrij aflossen mogelijk, vaak tot 10% of 20% per jaar, afhankelijk van de voorwaarden.
.avif)
